7.9 C
Staphorst
dinsdag 16 april 2024

Oorlog in Oekraïne: dekmantel voor totale militarisering EU

“De Europese veiligheid en defensie zijn de afgelopen zes dagen sneller ontwikkeld dan in de afgelopen twee decennia”, beweerde EU Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen een week nadat Russische troepen in februari 2022 Oekraïne binnenvielen. Twee dagen later verklaarde EU speciaal vertegenwoordiger voor Buitenlands Beleid Josep Borrell dat “we vanwege de inval in Oekraïne (…) meer moeten zijn dan een ‘soft power’ en onze instrumenten moeten versterken om niets ontziende tegenstanders af te schrikken”.

De militarisering van de EU begon lang voordat Rusland door de EU als een bedreiging werd beschouwd. De door Poetin gevoerde oorlog in Oekraïne en het lijden van het Oekraïense volk worden op cynische wijze geïnstrumentaliseerd om een verregaande militarisering van de EU te rechtvaardigen die voornamelijk specifieke industriële en geostrategische belangen dient.

In feite is 2016 het cruciale jaar als het gaat om de militarisering van de Europese Unie. Toen publiceerde de Commissie een Defensie Actie Plan dat de weg baande voor een Europees defensiefonds, en de integrale EU-strategie waarin een meer gemilitariseerd buitenlands beleid van de EU werd voorgesteld. Ook werd in 2016 de gemeenschappelijke begroting van de EU voor het eerst gebruikt om rechtstreeks militaire activiteiten te financieren en om de wapenindustrie te subsidiëren voor onderzoek en ontwikkeling (Research & Development, R&D) van een nieuwe generatie wapens. Vanaf dat moment is de militarisering van de EU in slechts een paar jaar tijd sterk in reikwijdte en omvang toegenomen, zoals blijkt uit dit schema.

Van militaire R&D tot civiel-militaire samenwerking op alle mogelijke gebieden, van 0 tot enkele miljarden euro’s.

De reikwijdte van de militarisering van de EU heeft zich snel verder ontwikkeld dan alleen op het gebied militaire R&D. Er is sprake van civiel-militaire samenwerking op vrijwel elk gebied, met name op het gebied van militaire mobiliteit, om de verplaatsing van troepen en militaire goederen in en buiten Europa te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door de vervoersinfrastructuur (wegen, bruggen, spoorwegen, enz.) geschikt te maken voor zwaar materieel zoals tanks (zie grafiek voor meer details).

Ook is er beleid ontwikkeld om strijdkrachten te ’trainen en uit te rusten’ in niet-EU landen in een crisissituatie. En het Strategisch Kompas werd opgesteld, een strategisch document voor de Europese Unie waarin een EU wordt afgeschilderd die is omringd door allerlei bedreigingen, en waarin de ontwikkeling van militaire capaciteiten prioriteit krijgt boven diplomatie en gezamenlijke politiek-strategische visie. Hoewel het document formeel werd aangenomen in maart 2022 was de meeste inhoud al vóór februari 2022 opgesteld en afgestemd. Op het laatste moment zijn marginale wijzigingen doorgevoerd om Rusland tot een bedreiging te bestempelen.

Wat de reikwijdte betreft werd al in november 2020 het besluit genomen om het begrotingsaandeel dat de EU aan de krijgsmacht besteed exponentieel te verhogen, van een half miljard euro in 2017-2020 tot ten minste 10 miljard euro voor de begrotingsperiode 2021-2027.

Het meeste daarvan gaat naar het EU-defensiefonds van € 8 miljard, om militaire R&D-projecten van wapen- en veiligheidsbedrijven te subsidiëren. Maar er is ook een militair mobiliteitsprogramma van 1,5 miljard euro dat valt onder het EU-programma voor civiel vervoer (CEF), en de meeste civiele EU-financieringsprogramma’s (zie grafiek) zijn nu toegankelijk voor de wapenindustrie. Hieraan zit geen plafond, dus het is niet te voorspellen hoe veel geld er uiteindelijk zal gaan naar militaire projecten.

Ten slotte is er een EU-vredesfaciliteit ter waarde van 5 miljard euro opgezet om de training en levering van militair materieel – waaronder dodelijke wapens – buiten de EU te vergemakkelijken. Deze faciliteit wordt nu op grote schaal gebruikt voor wapenleveranties aan Oekraïne. Hoewel de EU-vredesfaciliteit worden gefinancierd door ad-hocbijdragen van de lidstaten, zijn deze extra uitgaven onderdeel van het plaatje als EU-landen onderhandelen over de totale EU-begroting en de prioriteiten.

Een verdere versnelling vanaf 2023
De eerste versnelling betreft Europese militaire uitgaven: naast snel gestegen nationale militaire uitgaven wordt ook de EU-begroting in 2023 herzien en is er sterke druk voor substantiële verhoging van Europese programma’s die de wapenindustrie en militaire projecten subsidiëren:

– mogelijke verhoging van het EU-defensiefonds tot € 13 miljard;
– mogelijke verhoging van het budget voor militaire mobiliteit tot € 6 miljard;
– nieuwe financiering voor de gezamenlijke aanschaf van wapens door lidstaten, die kan oplopen tot enkele miljarden euro’s;
– De Vredesfaciliteit, onlangs verhoogd tot € 10 miljard gebracht, wordt mogelijk voor 2027 verder verhoogd.

Dit alles is alleen mogelijk als er middelen worden onttrokken aan civiele prioriteiten, aangezien verschillende landen traditioneel terughoudend zijn om de totale EU-begroting te verhogen.

De tweede versnelling gaat over het omzetten van de EU in een echte ‘hard power’.
Naast de ontwikkeling van militaire capaciteit regelt het Strategisch Kompas ook de oprichting van een Europese Snelle Reactiemacht Unie vanaf 2025, een modulaire strijdmacht van maximaal 5.000 soldaten die binnen korte tijd gereed kan zijn voor buitenlandse inzet en waarvoor militaire oefeningen gehouden moeten worden in de tweede helft van 2023.

Een andere geplande stap is de mogelijkheid om ‘ad-hoc’ gezamenlijke militaire missies onder leiding van één lidstaat als EU-missie te bestempelen, wat betekent dat de kosten over alle EU-landen worden verdeeld. Dit maakt dat ‘neutrale’ landen en de EU als geheel politiek medeverantwoordelijk worden voor missies van enkele landen, terwijl dergelijke militaire operaties heel wel nationale geostrategische belangen kunnen dienen.

Deze harde macht van de EU zal waarschijnlijk ook meer op één lijn liggen met de VS: de pro-NAVO EU-landen winnen momenteel de strijd tegen de Franse visie van een meer onafhankelijke strategische autonomie van de EU. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de discussies over EU-financiering voor gezamenlijke aanbestedingen, waarbij steeds meer stemmen opgaan om met belastinggeld de gemeenschappelijke aanschaf van niet-EU-geproduceerde militaire goederen (voornamelijk Amerikaanse wapens) te subsidiëren. De meest recente verklaring van de EU en de NAVO is een ander voorbeeld, dat door veel waarnemers wordt beschouwd als “het afzwakken van het vertoog over strategische autonomie“.

Een derde zorgwekkende stap is het offensief van de wapenindustrie voor onbeperkte toegang tot ‘duurzame’ financiering.
De wapenindustrie beweert grote moeite te hebben om toegang te krijgen tot bankfinanciering door de acties van maatschappelijke organisaties en door ‘eigengerechtigheid’. Dit verhaal wordt overgenomen door militairen, EU-ambtenaren en nationale politici.

Tegenwoordig wordt in elk document of elke verklaring over militaire capaciteiten opgeroepen om de wapenindustrie toegang te geven tot alle vormen van EU-financiering, inclusief het corona-herstelfonds en het toekomstige EU-soevereiniteitsfonds, en ook om alle vormen van publieke en private financiering te vergemakkelijken, zo niet te prioriteren. inclusief de Europese Investerings Bank en duurzame fondsen.

Er wordt achter de schermen druk gelobbyd, de wapenindustrie heeft zijn pijlen gericht op Europese regels voor duurzame financiering zoals de ESG*-criteria, milieukeuren, financiële informatievoorziening en de duurzame taxonomie, die hen toegang tot particuliere financiering zouden belemmeren. Maar wat ze feitelijk nastreven is fundamenteler, het gaat om het verkrijgen van een vorm van straffeloosheid voor de wapensector:

Zoals zwart op wit staat in een ASD**-nota uit oktober 2022, wil de wapenindustrie worden beschouwd als inherent onderdeel van duurzame financiering, wat betekent dat wapenbedrijven moeten worden vrijgesteld van elke vorm van beoordeling van de risico’s van corruptie of omkoping, of van mogelijke negatieve effecten op het milieu, klimaat of mensenrechten. Ze beweren ook dat alle wapenexport als legitiem moet worden beschouwd, aangezien “ze zijn goedgekeurd volgens het exportcontrolebeleid van de EU-lidstaten” en “voldoen aan strenge criteria”. Dit druist volledig in tegen het concept van maatschappelijk verantwoord ondernemen waar de EU prat op gaat, en negeert dat het huidige exportcontrolebeleid voor wapens en militaire goederen schromelijk tekort schiet en noch het eigen gemeenschappelijk standpunt wapenexport van de EU, noch het internationale recht respecteert.

*Environmental, Social and Governance criteria vormen de drie belangrijkste criteria om de duurzaamheid en de sociale voetafdruk van een investering te meten en liggen aan de basis van sociaal verantwoord ondernemen.

**European Aerospace, Security and Defence Industries is de belangrijkste Europese lobbygroep van de wapenindustrie

Laëtitia Sédou, is EU-programmamedewerker verbonden aan het Europees netwerk tegen wapenhandel (ENAAT). Haar bijdrage maakt deel uit van Bureau Arabia, een initiatief van de Moslimkrant. Dit artikel is een vertaling van de Stop Wapenhandel blog -Nieuws over internationale bewapening en wapenhandel-. Voor meer info: www.stopwapenhandel.org

Meer informatie over Bureau Arabia: https://moslimkrant.nl/bureau-arabia-een-initiatief-van-de-moslimkrant-2/