Niet vanuit het ‘ik’ en het ‘zij’, maar vanuit het ‘wij’

0
386
Esmah Lahlah, lid van de Tweede Kamerfractie GroenLinks-PvdA. Foto: GroenLinks-PvdA.

Deze week heeft Tweede Kamerlid Esmah Lahlah, GroenLinks-PvdA, haar maidenspeech (eerste openbare redevoering), tijdens de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid gehouden in de Tweede Kamer. Op sociale media kreeg Lahlah veel positieve reacties voor haar eerste inhoudelijke bijdrage over justitie, veiligheid, rechtsbescherming en rechtsstaat. Hieronder volgt haar eerste maidenspeech.

Voorzitter,

Het is een grote eer hier als Kamerlid voor u te staan en namens GroenLinks-PvdA het woord te mogen voeren tijdens de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid.

Justitie, veiligheid en rechtsbescherming zijn geen abstracte begrippen. Ze bestaan bij de gratie van een vrije en gelijkwaardige samenleving. Ze leunen op waarden die de onzichtbare ruggengraat van onze maatschappij vormen. Een maatschappij waarin eenieder zich veilig en vrij voelt, wetend dat hun grondrechten beschermd zijn.

Als woordvoerder op het dossier Justitie, Veiligheid en Rechtsbescherming, mag ik mij inzetten voor het beschermen van dat wat ons zo dierbaar is, én dat wat zo kwetsbaar is: Onze rechtsstaat, onze burgerrechten en de bescherming van onze fundamentele vrijheden.

In een tijd waarin onze grondwet, onze grondrechten en democratische rechtsstaat onder druk staan, besef ik me eens te meer dat bestaanszekerheid, een onderwerp dat me nauw aan het hart gaat, niet alleen te vinden is in economische stabiliteit, maar ook in de bescherming en het waarborgen van juiste deze fundamentele vrijheden.

Vrijheden, om je leven in te kunnen richten op een manier die bij je past en die goed voor je is. Om te kunnen worden die je wil zijn. Een waardig bestaan.

Vrijheden, die de kern van onze democratische rechtsstaat raken.

Vrijheden die – hoe belangrijk ook – slechts een papieren werkelijkheid vertegenwoordigen. Een verzameling woorden zonder betekenis, als we er niet gezamenlijk naar blijven streven.

Om dit te realiseren, is het van cruciaal belang dat wij onszelf er constant aan herinneren en elkaar verantwoordelijk houden dat regels en normen worden bepaald door mensen. WIJ! geven invulling aan de regels die onze samenleving vormen. WIJ!, ook de vertegenwoordigers in deze kamer, maken onze grondwet levend.

Voorzitter,

Sta mij daarom toe terug te blikken op vorige week. We herdachten de slachtoffers van de Holocaust. Bijna 80 jaar geleden werd concentratiekamp Auschwitz bevrijd.

De Holocaust kostte zes miljoen Joden het leven, evenals ook vele duizenden Roma, personen met een mentale of fysieke beperking, homoseksuelen en communisten. Zij werden verdacht gemaakt, ontmenselijkt, systematisch vervolgd en vernietigd.

Ons continent is in vele opzichten fundamenteel veranderd sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Onze welvaart en de technologische vooruitgang maakten een enorme sprong. Onze vrede en veiligheid kregen sindsdien bedding in internationale verdragen, mensenrechten en Europese samenwerking.

Tegelijkertijd is de geschiedenis ‘levend verleden’. En voor sommige mensen in de wereld nog steeds dagelijkse realiteit.

Onze tijd is een andere, zeker. Maar hoezeer we ons ook bewust moeten zijn van de verschillen met toen, de geschiedenis echoot na. Houdt ons een spiegel voor. En gaat ons nog steeds allemaal aan. Ongeacht onze achtergrond, gender, seksuele voorkeur, cultuur of religie.

Want ook in onze tijd is er haat tegen minderheden.

Ook in onze tijd, zijn er wereldwijd onschuldige burgers slachtoffer van oorlog, geweld en terreur.

Ook in onze tijd heerst grimmig groepsdenken. Hebben moskeeën, synagogen en scholen bewaking nodig, en worden gebedshuizen beklad met leuzen en smerigheid.

Voorzitter,

Om het verleden tot meer te maken dan boekenkennis en archiefmateriaal, om haar daadwerkelijk levend te houden, zullen we moeten blijven herdenken. Zullen we verhalen moeten blijven vertellen. Aan iedere generatie opnieuw. Zodat we niet vergeten.

En er lessen uit trekken.

De belangrijkste daarvan is misschien wel deze: dat een samenleving waarin iedereen in vrijheid en gelijkwaardigheid kan leven een bouwwerk is dat wij alleen samen tot stand kunnen brengen.

En dat er altijd krachten zullen zijn die er afbreuk aan willen doen, soms zelf van binnenuit.

Als ik nu naar de staat van dit bouwwerk kijk, dan maak ik me zorgen. Dan maak ik me zorgen over de fundamenten ervan.

Dat gevoel bekroop me ook de afgelopen weken in deze Kamer.

Een gevoel van verbijstering, ontluistering en onbegrip.

Verbijstering toen de VVD tegen alle ongeschreven staatsrechtelijke normen in een voorstel indiende om de behandeling van de spreidingswet voorlopig uit te stellen.

Ontluistering toen een motie van collega Piri, een oproep tot het respecteren van de uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, het niet heeft gehaald.

Onbegrip over de (aangehouden) motie van de BBB over een wettelijke regeling om preventief op te treden tegen oproepen die kunnen leiden tot een verstoring van de openbare orde. Een oproep die de checks and balances overhoop gooit en een fundamenteel rechtsstatelijk uitgangspunt ondergeschikt maakt aan controledrang.

Het mag dan een ‘enkel debat’ zijn, momenten als deze tonen mij dat we ons als Kamer op een glijdende schaal begeven en daarmee doen we onze democratische rechtsstaat tekort. De stevigheid van onze rechtsstaat valt of staat namelijk met hoe wij dat als Kamers en samenleving samen invullen.

Voorzitter,

De afgelopen jaren is de samenleving verhard. We leven in een maatschappij waarin groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Waarbij de focus wordt gelegd op de vermeend onverenigbare tegenstellingen tussen mensen en te weinig op wat hen fundamenteel bindt.

Verschillende scheidslijnen lopen kriskas door Nederland. Scheidslijnen tussen arm en rijk. Tussen academisch- en praktisch opgeleid. Tussen stad en platteland. Tussen progressief gezind en conservatief denkend. Tussen verschillende culturen en geloven.

We weten minder over elkaar en dat leidt tot vooroordelen en polarisering. En waar vooroordelen fungeren als houtrot, zijn het wezenlijke ontmoetingen die onze gemeenschap, wijk of buurt sterk maken. Waar we elkaar niet ontmoeten wordt verdacht maken gemakkelijk. Waar we elkaar wél ontmoeten, gaat ons hart open.

Voorzitter,

Voordat ik kamerlid was, was ik wethouder in het prachtige Tilburg.

Als wethouder hield ik mij elke dag bezig om het wij-zij denken in onze samenleving tegen te gaan.

Via beleid op het gebied van arbeidsparticipatie en bestaanszekerheid droeg ik bij aan een inclusieve samenleving waar iedereen ertoe doet.

Waar iedereen er mag zijn.

Waar iedereen zich vrij en gelijkwaardig voelt zichzelf te zijn.

Ik maakte me hard voor groepen die het gevoel hebben dat ze niet openlijk zichzelf mogen zijn.

Voor groepen die het gevoel hadden dat ze niet mee mochten doen.

Voor inwoners met weinig geld, inwoners met een beperking.

Voor de LHBTIQ+ gemeenschap. Voor inwoners met een migratiegeschiedenis.

Voor iedereen die zichzelf wil zijn, ook al is dat ‘anders’ in de ogen van de rest. Dat het niet uitmaakt wie je bent, waar je vandaan komt, uit welke wijk je komt, hoe je achternaam is, welke seksuele voorkeur je hebt, of god je geloof.

Voorzitter, daar sta ik voor.

En daar voeg ik aan toe: Ook voor mezelf.

Want voorzitter, als wethouder was het niet altijd mijn beleid dat de meeste aandacht kreeg. Mijn keuze voor het dragen van een hijaab hield de gemoederen regelmatig bezig. Een van de meeste gestelde vragen, zeker in het begin van mijn wethouderschap was de vraag Past het een bestuurder een Hijaab te dragen? Mijn antwoord daarop was en is een volmondig ja.

Dat is in mijn rol als Kamerlid niet anders. Ik verwijs hiermee naar het voorstel in VK-programma van de PVV om het dragen van de hijaab in overheidsgebouwen inclusief de Staten-Generaal te verbieden.

Ik verwijs naar de oneindige stroom berichten op X, iedere keer als ik me ergens over uitlaat. Het maakt sinds een paar maanden eigenlijk niet eens meer uit waarover. Moslimrat met je kopvod; wanneer ga je integreren, je draagt nog steeds een kopvod; Jij, misselijkmakende moslim; kreng; een wantrouwende islamist met een verborgen agenda, ga terug naar je eigen land.

Mezelf zijn, in alle vrijheid, roept reacties op. Gebruik maken van mijn vrijheid roept blijkbaar bij anderen op dat ik die moet beperken.

Reacties die mijn veelzijdige ik reduceren tot slechts één aspect van wie ik ben: Mijn hijaab, mijn moslim zijn.

Ik spreek me hier zelden over uit. En dat doe ik zeer bewust. Omdat dit type denken, het wij-zij benadrukt, én in stand houdt. Iets dat me enorm tegen de borst stuit. Iets dat niet past bij samen.

Voorzitter,

Ook de angst om mezelf hierover uit te spreken speelt hierbij mee. De vrees de aandacht nóg meer op dat deel van mijzelf te vestigen.

Want dat uitleggen, maakt mij anders.

Dat uitleggen, steeds weer, maakt dat het niet gelijkwaardig is.

Maakt mij een tweederangs burger, die zich moet rechtvaardigen.

Voorzitter, wat leert dat mij?

Dat je in een democratische rechtsstaat kunt leven, met prachtige grondrechten die ons moeten beschermen, maar dat vrijheid, vrij zijn, echt helemaal vrij zijn, is als je niet langer het gevoel hebt dat je moet ontsnappen aan jezelf. Maar dat je er gewoon mag zijn.

Dus voorzitter, hier sta ik.

Geboren en getogen Helmondse, dochter van de Marokkaanse gastarbeider Mokthar en oer Helmondse Karin. Middelste zus van Mariem en Malika. Partner van Lars. Moeder van twee prachtige kinderen.

Vriendin, en wat fijn mijn vriendinnen hierboven op de publieke tribune te zien (en te weten dat er familie en vriendinnen thuis mee kijken).

Vrouw, sporter, carnvalvierder.

En ja, ook een moslima die een hijaab draagt. Een persoonlijke keuze. Een keuze die ik bewust in alle vrijheid en met trots heb gemaakt.

Voorzitter,

President Roosevelt sprak in 1941 over het belang van 4 essentiële vrijheden. Deze 4 steunpilaren van de rechtsstaat zijn vandaag onverminderd relevant. De begroting heb ik dan ook door de bril van deze vier steunpilaren bekeken.

  1. De vrijheid van meningsuiting: Het recht om te demonstreren staat onder druk, wereldwijd en in Nederland. Hierbij denk ik aan de beperkingen die de Wet op openbare manifestaties aan demonstraties kan opleggen. Zo kan een demonstratie verboden worden vanwege het verkeersbelang. Waarom is dit belangrijker dan de vrijheid van demonstratie? Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hamert erop dat de vreedzaamheid van een protest een leidend element moet zijn in het demonstratierecht. Toch zijn er partijen in deze kamer die de vraag hebben gesteld of Extinction Rebellion als een criminele organisatie gekenmerkt kan worden. Waarom? Omdat ze vreedzaam gebruik maken van het demonstratierecht?

Hoe verhoudt zich dat tot de uitspraken van minister Yesilgöz in de HJ Schoo-lezing waarin ze nog zei: “mensen die vinden dat zij mogen bepalen welke informatie of mening juist is en wat niet juist is. Wat kwetsend is of niet kwetsend is. Wie wel deugt en wie niet deugt. Dat legt een enorme druk op de vrijheid van meningsuiting.” Graag een reflectie van de minister.

  1. Vrijheid van godsdienst: Er is niets zo intiems als ergens in geloven. En daarvoor willen en durven staan en met trots laten zien getuigt van lef en moed in onze samenleving.

De minister wil geen religieuze uitingen bij de politie en sluit daarmee oa vrouwen met een hijaab uit terwijl de politie juist veel meer diversiteit nodig heeft. Juist nu het Europees hof van Justitie strengere eisen is gaan stellen aan het verbieden van de hoofddoek op de werkvloer. Hoe ziet de minister dit? Waar ligt de ruimte voor de politie-top die juist voordelen ziet? Dit brengt me bij mijn volgende punt. Vanuit rechtsstatelijk oogpunt is het wenselijk en noodzakelijk de politietaken van opsporing & handhaving van de openbare orde te scheiden. Zo krijgen de openbare orde en veiligheid de aandacht die ze verdienen. Graag een reflectie van de minister.

3.Vrijheid van gebrek: Minister Weerwind leek op het goede pad als het om investeringen in de sociale advocatuur of de verlaging van de griffiekosten gaat. Maar zolang de overheid de burger liever voor de rechter sleept, dan een ambtenaar de ruimte geeft het probleem op te lossen; Zolang middengroepen niet in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand en een advocaat niet zelf kunnen betalen, zijn we er nog lang niet. Ik wil een lans breken voor uitbreiding van de rechtsbijstand voor meer groepen. En voor meer vormen van laagdrempelige geschiloplossing zoals mediation.

  1. Vrijwaring van vrees: dan denk ik in de eerste plaats aan de meest (ernstige) strafbare feiten in de intieme sfeer. Huiselijk geweld, waaronder bedreiging en belaging, en kindermishandeling. Ondanks dat OM en politie hoge prioriteit geven aan de aanpak van huiselijk geweld, hebben jaarlijks ruim 200.000 volwassenen en ruim 100.000 kinderen te maken met ernstig of herhaaldelijk geweld. In slechts een klein aantal gevallen doen slachtoffers aangifte. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat aangifte doen makkelijker wordt? En dat er meer kennis en deskundigheid bij de professionals in de keten komt, van hulpverleners, instanties tot politie en OM.

Het belang van rechtsbescherming kan niet genoeg worden benadrukt, omdat het mensen en hun eigendommen beschermt tegen willekeurige of onrechtmatige acties van anderen, inclusief de overheid. Het waarborgt eerlijke behandeling, rechtvaardigheid en naleving van wetten en regels, wat essentieel is voor een goed functionerende samenleving.

Daarom acht ik het van cruciaal belang dat er in een volgend kabinet een minister van rechtsbescherming wordt aangesteld. Niet zoals nu, een minister voor rechtsbescherming, maar een minister met eigen zeggenschap over structurele begrotingsmiddelen. In mijn tweede termijn zal ik dan ook de Kamer oproepen om deze minister in een volgens kabinet aan te stellen.

Voorzitter, ik rond af.

Het is onze taak, als bouwers en bewakers van onze samenleving, om elk proces dat tornt aan verdraagzaamheid, medemenselijkheid, respect, tolerantie en gelijkwaardigheid te herkennen en te stoppen. Om het abnormale te blijven signaleren, zoals Sheila Sitalsing dat zo treffend formuleerde in haar dankwoord bij het aanvaarden van haar eredoctoraat. “Het is een collectieve plicht om te blijven bevragen, om te blijven benoemen: Nee dit is niet normaal.”

Het verdedigen van ieders vrijheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Niet alleen omdat het moet van onze grondwet – hoe belangrijk ook. Maar ook omdat de samenleving, omdat Wij! op ons best zijn wanneer we ruimte maken voor hen die, in plaats van anders, zichzelf mogen zijn.

De geschiedenis, onze geschiedenis is nog altijd springlevend. Alle antwoorden op onze vragen, kunnen we hier vinden. Alle antwoorden op de vraag waarom we moeten blijven streven naar een inclusieve, multiculturele samenleving waarin we elkaars verschillen respecteren en de dialoog altijd in stand houden.

Want niet vanuit het ‘ik’ en het ‘zij’, maar vanuit het ‘wij’, ontstaan de goede dingen. Dat heeft de geschiedenis ons geleerd. Laten we elk moment gebruiken, ook vandaag, om aan die les recht te doen.

Dank u wel.