donderdag 18 juli 2024
23.6 C
Staphorst

Docenten, hedendaagse superhelden

Docenten staan voor een lastige opgave. Wij moeten de samenleving verbeteren. Vergeet politici, deskundigen, leiders van landen of striphelden, vergeet Superman of Spiderman, voor u staat Meneer Karaaslan, de man die alles kan.

Lesgeven, ofwel kennisoverdracht is anno 2015 niet meer voldoende. Naast docent zijn we inmiddels ook pedagoog, persoonlijke coach, cabaretier, ouderconsulent, onderzoeker, psycholoog en als klap op de vuurpijl ook expert in terrorismebestrijding en radicalisering.

Ik zou hier immers vandaag niet staan als ik al deze geweldige eigenschappen niet zou bezitten, het term docent komt niet voor niets voort uit de woorden: direct, open, creatief, eerlijk, nauwkeurig en talentvol. Voor u mij bestempelt als arrogant, wil ik u er op wijzen dat dit niet mijn beeld is over mijzelf, maar het beeld van de overheid en schoolbesturen over mij.

Als ik mijzelf namelijk zou moeten beschrijven zou ik eerder woorden gebruiken als: altijd tijd te kort, geen tijd voor wat echt belangrijk is, verdwaald in de chaos en hectiek van werk en altijd op het randje van een burn-out, maar dat zeg ik natuurlijk niet hardop, want we hebben docenten hard nodig. Vandaar dat we docenten het liefst zo belangrijk mogelijk maken en bij elk willekeurig thema betrekken, omdat dat nou eenmaal belangrijk is. Zo natuurlijk ook terrorismebestrijding. Los van het bestrijden van terrorisme hebben we natuurlijk ook mensen nodig die kunnen uitleggen wat terrorisme is. Want in al die jaren dat terrorisme plaatsvindt in de moderne maatschappij hebben leiders van landen, politici of de media blijkbaar dat niet kunnen doen, dus dan doen wij dat even.  

Schrijven jullie mee?
Terrorisme is georganiseerd geweld met een politiek doel (als we lesgeven aan het VMBO), gebruik van terreur om politieke doeleinden te bereiken (als we lesgeven aan de HAVO) en gebruik van terreur om politieke doeleinden te bereiken en het volk te demoraliseren (als we lesgeven aan het VWO). Oftewel de schoolmethodes hanteren andere of meer verdiepende termen als het gaat om het niveau van kinderen. Naast niveau hanteren uiteraard ook verschillende methodes verschillende definities, een eenduidige definitie is er niet, maar er is vooral wel een idee. Het is slecht, maar wat het is, dat is een zoektocht. En dat is precies waar wij ons bevinden. Zaken als terrorisme bespreken in de klas is voor een docent als de leerlingen altijd een zoektocht.

Een goede leraar maakt echter duidelijke regels en zorgt boven alles dat de sfeer altijd goed is in de klas en het veilig is. Er dient bij het bespreken van dit soort gevoelige en lastige thema’s dus altijd goed afgesproken te worden wat wel kan en niet kan, ik hanteer daarbij één duidelijke regel: ‘wees hard op de inhoud, zacht op de persoon’. Echter daar waar ik mijn leerlingen probeer te leren dat we in een klaslokaal respectvol met elkaar omgaan en openstaan voor andermans ideeën. Leren kinderen op tv van o.a. politici dat het ok is om bepaalde dingen te roepen.

Als een leerling in mijn klas bepaalde zinnen zou uitspreken als: “De omgang met de islam en moslims in ons land moet dus minder vrijblijvend worden. (..) De analyse is helder, we hebben een groot probleem met de islam, ook in Nederland. (..) Immigratie uit islamitische landen moet worden verboden. We moeten leren intolerant te zijn tegen de intoleranten, op straat, in de moskee en in de rechtbank. We moeten haat en geweld van terroristen beantwoorden met uitsluiting en intolerantie en laten zien wie de baas is in Nederland.” Geert Wilders, NRC Handelsblad, 22 juli 2005

Zodra een leerling zoiets zegt in mijn klas en ik daar niks van zeg dan leer ik mijn leerlingen indirect dat dat kan. Zo leert Nederland indirect al jaren dat terrorisme en islam inherent aan elkaar verbonden zijn en de algemene kritiek daarop is vooral: ‘ach, stel je niet zo aan’ of ‘is toch zo?’. Zo een groot probleem is het toch niet? Iemand roept maar wat en dat mag hij, want in Nederland hebben we vrijheid van meningsuiting (God zij dank).

Dit soort quotes en beelden doen echter wat met mensen en vooral met kinderen. Voor de collega docenten makkelijk te toetsen. Toen ik les gaf in Kralingen op een gemixte school met kinderen van verschillende etniciteit en religies gaf ik de opdracht om binnen 30 seconden op een blaadje te tekenen hoe een terrorist er voor hen uitzag. De meeste leerlingen (inclusief de islamitische kinderen) tekenden een man in een jurk met een baard en nee ze bedoelde niet Sinterklaas. Oftewel het algemeen bekend beeld over een terrorist.

Een van de leerlingen tekende zijn moeder, omdat zij hem onlangs had verboden te Playstationen tot hij betere cijfers zou halen, maar die had denk ik de opdracht niet zo goed begrepen. De opdracht die ik toen heb gegeven in de klas, maar ook het algemeen beeld toont echter wel naar mijn idee een probleem aan. Ik noem het: het Google probleem. Google is tegenwoordig niet enkel een zoekmachine, het vertegenwoordigt ook het algemeen beeld. Eenieder van u vandaag in de zaal heeft een mobieltje met daarop internet. Toets voor de gein eens terrorist in op Google en ga dan naar afbeeldingen.

Waarschijnlijk komen de afbeeldingen daar overeen met de afbeeldingen die u in uw hoofd heeft als we het hebben over terroristen. Mannen met tulbanden en een baard met vaak ook een koran in de hand, het boek waar de terroristen zich op baseren. Wanneer je in de klas een debat voert over terrorisme hebben leerlingen deze beelden ook in hun hoofd.

Terrorisme wordt dus bijna altijd gelinkt aan de islam. Dat kan toch zegt u misschien in uzelf. Dat kan inderdaad, maar als er in de klas moslimleerlingen zijn die op dat moment blikken van medeleerlingen moeten verwerken en soms aan hun onderbuik aanvoelen dat het niet goed is, dan kan dat niet. Leerlingen horen op school en met name op een bepaalde leeftijd niet geconfronteerd te worden met dit soort gevoelens.

Maar hoe gaan we daar nou mee om? Hoe bespreek je dit in de klas? Moslimleerlingen hebben vaak de neiging om in een slachtofferrol te vallen, omdat ze worden gevraagd zich ergens voor te verantwoorden omdat ze onder het collectief moslims vallen en moslims zijn nou eenmaal indirect terroristen.

Hoe krijg je een eerlijk debat? Hoe zorg je ervoor dat jongeren kritisch denken en voor zichzelf een mening kunnen vormen, want dat is het doel van onderwijs. Bewuste jongeren opleiden die weten waar ze voor staan, niet een mening voorschotelen en opdringen dat zij die moeten accepteren. Iedere onderwijzer die een dergelijke wijze van lesgeven hanteert is voor mij geen docent, sterker nog is voor mij niets meer dan een minidictator die het vrije woord doodt in het klaslokaal.

We hebben zojuist de definitie van terrorisme besproken. In hoeverre is de vraag van een leerling dan onterecht wanneer die de vraag stelt of Israël ook doet aan terreur door het uitzetten van mensen uit hun woningen, inpikken van land wat niet van hun is, bombarderen van doelen waar veel burgers zich bevinden en het omtoveren van Gaza tot de grootste openluchtgevangenis in de wereld?

Daartegenover dient dezelfde leerling zichzelf echter ook af te vragen of het niet hypocriet is om enkel Israël aan te wijzen als het telkens over deze discussies gaat, terwijl er meer moslims doodgaan in Yemen door toedoen van Saudi Arabië dan door Israël in Palestina.

Geert Wilders zei ooit: “Niet alle moslims zijn terroristen, maar de meeste terroristische aanslagen worden wel door moslims gepleegd”. In hoeverre is dit waar? In de klas is het niet boeiend om een quote als deze op te gooien en de leerlingen voor of tegen te laten zijn, want wat win ik daarmee als docent? Niks meer dan meer verdeling in de klas, dus doe ik liever een factcheck.

Feit: Verreweg de meeste doden van terrorisme (80%) vielen in 5 landen: Irak, Afghanistan, Pakistan, Nigeria en Syrië. Vier door de islam geïnspireerde organisaties ISIS, Boko Haram, de Taliban en Al-Qaida hebben samen 66% van alle sla
chtoffers van terrorisme op hun geweten. Ook een feit: slachtoffers zijn vooral andere moslims.

Feit: in de periode 2000 – 2010 is slechts 0,96% van de terroristische aanslagen in Europa islamgeïnspireerd. Blijkt uit de cijfers van Europol, feit is echter ook dat 40% van de slachtoffers afkomstig was uit ‘islamitische’ terreur.

Feit: In de Verenigde Staten vallen sinds 2001 de meeste doden door niet-islamgeïnspireerd terrorisme. Er zijn sinds 2001 meer doden gevallen door extreemrechts terrorisme.

In plaats van een debat, zijn bepaalde vragen dus relevant voor een leerling om over na te denken. De meeste slachtoffers van ‘islamitisch terrorisme’ zijn moslims zelf. Hoe islamitisch is islamitisch terrorisme dus? Het aantal aanslagen in Europa en Amerika dat afkomstig is uit de islamitische hoek is in percentages veel minder dan niet-islamitische, hoe komt het dan dat we in ons algemeen denken en mediadekking het vooral over islamitisch terrorisme hebben? Waarom is een vraag van een leerling die spreekt over labels onterecht? Waarom is een dader die een kerk binnenstapt en willekeurig mensen doodschiet een verwarde man en een moslim per direct een terrorist?

Je kan het er mee oneens of eens zijn, maar de vragen van leerlingen zijn relevant en deze vragen dienen ruimte te krijgen als we het hebben over deze thema’s. Negeren kan niet, bespreekbaar maken is de sleutel, leerlingen tegen elkaar opzetten in een zogenaamd educatief debat en daarin bepaalde meningen censureren draagt niet bij aan de verdere toenadering.

Vergeet niet, ik heb het de hele tijd over het klaslokaal, maar het klaslokaal staat symbool voor de stad en het land. Als wij als docenten de problemen en vooroordelen in de klas niet kunnen wegnemen, dan zullen onze leerlingen dat ook niet buiten de klas kunnen. Wij zijn niet enkel overdragers van kennis, wij zijn de stem van rede in de hersenen van onze leerlingen. Niet de stem die hen opdraagt wat zij moeten vinden, maar de stem die hen opdraagt om kritisch te zijn en niet te denken vanuit een kleur, religie of ras, maar te denken vanuit goed en slecht. Dat is onze missie, leerlingen produceren die wat toevoegen aan dit prachtige land. Als we dat niet kunnen, dan mogen we de beste onderwijsresultaten halen, maar dan heeft ons onderwijs gefaald.

Zoals ik altijd tegen mijn leerlingen zeg: ‘the key to immortality is first living a life worth remembering’. Oftewel als wij als mensen onsterfelijk willen zijn, dan is het belangrijk dat wij wat achter laten. Uiteraard nemen we ook zaken mee, maar nog belangrijker is de vraag: wat laat je achter?

Deze column is uitgesproken door Halil Ibrahim Karaaslan, docent, columnist en cartoonist, tijdens het debat. Helpt terrorismebestrijding? in Arminius te Rotterdam.