10.6 C
Amsterdam
donderdag 13 mei 2021

Ras, geslacht, genus

Zij: ras zwart; geslacht vrouw; genus hetero. Ik: ras wit; geslacht man; genus homo.

Wij kunnen het goed met elkaar vinden. Zij kent mij al tweeëntwintig jaar. Ras en geslacht had ze meteen gezien en het genus had ze al vermoed. Dit laatste zei ze tijdens een kennismakingsspel in het kader van diversiteitbeleid, waaraan we drie jaar samen hebben gewerkt.

We waren het erover eens dat diversiteit betrekking heeft op alle drie facetten, van ras, geslacht en genus, plus ook nog die van leeftijd en handicap. Dat alles werd in het personeelsbeleid al langer getalsmatig bijgehouden. In principe golden al die verschillen als gelijkwaardig. Toch weet ik, en zij ongetwijfeld ook, dat de etnisch-culturele verschillen in alle opzichten het zwaarste wogen. Maar het woord ras viel nooit.

Het wonderlijke aan het fenomeen ras, zoals dat in racisme tot uiting komt, is de zogenaamde zichtbaarheid. Men meent rassen te zien. Zet dit naast homo’s en Joden. Homo’s en Joden zijn allebei categorieën of groepen, die als zodanig niet zichtbaar zijn. Al menen homofoben en antisemieten ‘het’ altijd te kunnen zien (of ‘ruiken’!), het gaat hier om zeer uiteenlopende verzamelingen van individuen. Homo’s en Joden hebben allebei de gewoonte – die ze delen met sommige buitenstaanders – om te vragen: is die ook zo? Ze delen beiden dus ook de vrees om in bedreigende omstandigheden ‘ontdekt’ te worden. Maar ze weten tevens dat ze zich onzichtbaar kunnen maken.

Deze mogelijkheid hebben mensen van Afrikaanse of Arabische oorsprong niet. Zij moeten altijd bedacht zijn op vooroordelen die hun uiterlijke verschijning wekt. Hierin zit dan weer de overeenkomst met het fenomeen geslacht. Ook vrouwen die een manlijk gedomineerde omgeving betreden moeten bedacht zijn op vooroordelen en erger, door hun loutere verschijning gewekt.

Zo staan racisme en seksisme, allebei betrokken op zichtbare aangeboren kenmerken, op één lijn. Ze komen op veel punten overeen, zoals het verdelen van de wereld in domeinen, hiërarchie, de ander als de mindere, geweld achter de hand. Ze wortelen ook allebei in systemen die van grof tot subtiel variëren. Bij racisme gaat dat van apartheid tot bureaucratisch onderscheid (bijvoorbeeld ‘westers’ vs. ‘niet-westers’). Bij seksisme gaat het van een formeel patriarchaal systeem tot de hier geldende heteronorm.

Als het gaat om het genus – zo vat ik maar even het rijtje lesbisch, homo-, bi-, trans-, interseksueel en queer samen – werkt het anders. Verschijnselen als homofobie en transfobie hebben weliswaar betrekking op aangeboren kenmerken, maar deze worden in dat verband als abnormaal gezien. Als lhbtiq-mensen van een -isme last hebben, zou je dat normalisme moeten noemen. Ook dat wortelt in een systeem, namelijk de normaliteit. Dit systeem ‘regelt’ de verhouding tussen anatomie en gedrag, wat (echte) ‘mannen’ en ‘vrouwen’ zijn en wat ze behoren te doen en na te laten.

Maar dan, wat betreft ras en racisme:  donkere mensen worden niet als ‘abnormaal’ gezien. Zelfs de grootste racist weet dat ‘zulke mensen’ elders op de wereld juist volkomen normaal zijn. Maar net als een seksist dat met vrouwen heeft, wil hij ze niet in zijn omgeving tegenkomen. Ze moeten maar blijven waar ze ‘thuishoren.’ Het grote verschil is dan weer, dat vrouwen in dit beeld er wel altijd bij horen, ongeacht of ze wel of niet tot bepaalde maatschappelijke domeinen worden beperkt, terwijl mensen met een donkerder huidskleur aan een geografische verdeling worden onderworpen. Die moeten terug naar waar ze vandaan komen. Racisme introduceert dus niet alleen een verschil tussen verschillende mensensoorten, het brengt ook een geopolitieke dimensie binnen. Hoe zijn de mensen over de aardbol verdeeld en hoe hoort dat te zijn, c.q. te blijven?  

Wie onder diversiteitbeleid valt heeft te maken met discriminatie. Als je het rijtje langsloopt blijkt die discriminatie verschillende vormen van uitsluiting in te houden. Bij genus gaat het om uitsluiting van de normaliteit. Bij geslacht (zoals ook bij leeftijd en handicap) gaat het om uitsluiting van bepaalde maatschappelijke domeinen. Bij ras gaat het om uitsluiting van een compleet land of werelddeel.

Herman Meijer was van 2003 tot medio 2006 voorzitter van het landelijk bestuur van GroenLinks. Van 1990 tot 2002 was hij gemeenteraadslid en wethouder in Rotterdam. In zijn portefeuille zat onder meer stads- en sociale vernieuwing, allochtonen-, grote steden- en moskeebeleid.