16.3 C
Amsterdam
dinsdag 11 mei 2021

Nieuw-Nederlandse patronen

Rassen komen in officiële teksten niet voor. Artikel 1 van de Grondwet verbiedt discriminatie onder meer op grond van ‘ras’, dat wel.

Rechters in Nederland hebben meermaals de antidiscriminatiewet moeten toepassen met de voorliggende vraag: is de gediscrimineerde groep als een ras te beschouwen?

Voor het antwoord moest men zich verlaten op interpretatie van internationale verdragsteksten. De uitkomst daarvan is dat het verbod op rassendiscriminatie bedoeld is om bevolkingsgroepen te beschermen, die op grond van afkomst, c.q. aangeboren kenmerken worden bedreigd of vervolgd. In de politieke praktijk echter worden weldegelijk verschillen gemaakt, die samenhang vertonen met rasonderscheid.

Het allereerste onderscheid is dat tussen Nederlanders en buitenlanders. Het is eigen aan de natiestaat. Doordat deze een deel van zijn soevereiniteit heeft overgedragen aan de EU is aan dit onderscheid een derde categorie toegevoegd, die van de burgers uit overige EU-landen. Dus dit eerste, formele, onderscheid levert drie categorieën mensen op: staatsburgers, EU-burgers en vreemdelingen. Ze verschillen onderling in het hun toevallende pakket aan rechten en plichten.

Er is nog een categorie inwoners, die formeel Nederlander zijn, met alles erop en eraan, maar die bij gelegenheid wel apart worden benoemd. Dat zijn de hier woonachtige rijksgenoten met een geboorteplaats in de Cariben. Zij worden in de bevolkingsstatistiek gerekend tot de inwoners met een migratieachtergrond.

En zo kom ik op een tweede onderscheid dat hier van overheidswege wordt gemaakt. Er is dus kennelijk een verschil tussen degenen met een migratieachtergrond en degenen – je zou zeggen ‘zonder migratieachtergrond’ maar dat heet – met een Nederlandse achtergrond. Die migratieachtergrond wordt toegerekend aan de eerste generatie, die feitelijk is geïmmigreerd, en aan hun hier geboren kinderen die geen migratiebeweging hebben gemaakt. Maar de achtergrond wordt dus per definitie overgedragen. En hij moet onderscheiden worden van een Nederlandse achtergrond. Interessant.

Want een geboren Nederlander die bijvoorbeeld vijftien jaar in Zuid-Afrika heeft gewoond en is teruggekeerd krijgt daar geen ‘migratieachtergrond’ van. Een honkvaste Nederlandse van pakweg vijfendertig jaar oud met een Filipijnse moeder daarentegen, blijft haar gehele leven een ‘migratieachtergrond’ houden. En daarmee zijn we er nog niet.

Onze demografen onderscheiden ook nog een ‘westerse’ van een ‘niet-westerse’ migratieachtergrond. Tot de westerse landen worden gerekend: Europa excl. Turkije, Noord-Amerika, Oceanië (d.w.z. Australië en Nieuw-Zeeland), Japan en Indonesië. Al het overige wordt als niet-westers geregistreerd. Dus ook onze Caribische rijksgenoten! Zij behouden na hun verhuizing binnen het Koninkrijk een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ tot in de tweede generatie.

De logica? In het geval van Turkije is die nog te begrijpen, als je daar Klein-Azië resp. het Midden-Oosten laat beginnen. Het geval van Japan zou beduiden, dat ‘westers’ gelijkstaat aan hoogontwikkeld, met een markteconomie en een kapitalistische productiewijze en een parlementaire democratie. Maar hoe zit het dan met bijvoorbeeld Argentinië? Een vraag die zeker opkomt als je Indonesië als ‘westers land’ ernaast zet. Dit land heeft zeker niet meer van die drie kenmerken dan Argentinië. En hoe zit het met Zuid-Afrika, dat met het gehele continent tot de ‘niet-westerse’ wereld wordt gerekend?

Het CBS meldt zelf dat Indonesiërs en Japanners hun ‘westerse’ achtergrond danken aan hun sociaal-economische en sociaal-culturele positie. Verklaring: het gaat vooral om mensen die in het voormalige Nederlands-Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin. Dit gehoord hebbende kan ik de herinnering aan de status van Japanners – als blankes – in het Zuid-Afrika van de apartheid niet negeren. En evenmin de vraag waarin de bewoners van de (Nederlandse) Antillen dan mogen verschillen van die uit Indonesië, c.q. het voormalige Nederlands-Indië.

Het antwoord zit vermoedelijk in hoe het CBS de combinatie van sociaal-economisch en sociaal-cultureel taxeert; en dan betekent ‘westers’ waarschijnlijk ‘geïntegreerd of integratie geen probleem.’ Het gaat hier tegelijkertijd wel en niet over ‘ras.’ Maar anders dan in de koloniale tijd is er geen vaste structuur van economische en politieke aard. Dus geen institutionele verhouding van slaven en slavenhouders of van inlanders, Europeanen en vreemdelingen, en ook geen moederland en koloniën.

Het draait nu allemaal om migratie. Dus als alledaags racisme wil leunen op een onderliggende structuur die het de woorden en betekenissen geeft, dan is dat de politieke omgang met migratie en migranten.

Herman Meijer was van 2003 tot medio 2006 voorzitter van het landelijk bestuur van GroenLinks. Van 1990 tot 2002 was hij gemeenteraadslid en wethouder in Rotterdam. In zijn portefeuille zat onder meer stads- en sociale vernieuwing, allochtonen-, grote steden- en moskeebeleid.