9.2 C
Amsterdam
vrijdag 14 mei 2021

Arabische Lente tussen mediatisering en islamisering

Tijani Boulaouali is islamtheoloog en arabist, verbonden aan de Katholiek Universiteit in Leuven (België) en o.a. columnist bij de Moslimkrant.

De Arabische Lente vormt het kernthema van zijn nieuwe boek. Hij doet een poging om de beeldvorming van de Arabische Lente in de Nederlandstalige media te belichten. Twee essentiële factoren van de Arabische opstanden in 2010 worden onder de loep genomen.

Hoe werd de Arabische revolutie gemediatiseerd en in welke mate wordt deze geïslamiseerd?

In eerste instantie wordt een blik geworpen op de mediatisering van de Arabische Lente, omdat de mediatieke factor een onmisbare rol speelde tijdens de Arabische opstanden, niet alleen plaatselijk, maar ook wereldwijd. Anderzijds wordt er aandacht besteed aan de islamisering, want de politieke islam was aanwezig gedurende alle fasen van de Arabische Lente. De religieuze factor is dan ook van zeer groot belang, al is dit zeker niet de enige factor

Een gesprek met islamoloog, arabist en Nederlands-Marokkaan.

Hoe wordt het begrip Arabische Lente binnen verschillende Nederlandstalige data en teksten gedefinieerd en benaderd?

Retorisch gezien is de uitdrukking ‘Arabische Lente’ een mooie en betoverende metafoor, die zich razendsnel verspreidt, niet enkel over de Arabische plattegrond, maar ook in de collectieve Arabische perceptie. Deze metafoor wordt in de loop der tijd een gangbare stijlfiguur en een veel gebruikte beeldspraak, die diverse connotaties met zich meebrengt en die naar verschillende elementen verwijst waaronder tijd, plaats, vrijheid, revolutie en perspectief.

Verder wordt de Arabische Lente niet als een gesloten en monolithisch blok behandeld door deze media, maar als iets divers, met allerlei dimensies en kleuren. Door de mediaberichtgeving zou de beeldvorming over de Arabieren en moslims nieuwe aspecten aannemen. Aan de hand van een scala aan onderzochte Nederlandstalige data en teksten, blijkt dat er aan de ene kant met bewondering wordt gekeken naar wat er in de Arabische landen gebeurt vooral tijdens het begin van de Arabische Lente, terwijl men aan de andere kant met voorzichtigheid en wantrouwen de situatie beschouwt. Juist deze dualiteit kan leiden tot het (her)construeren van een nieuw imago omtrent de Arabische wereld.

In hoeverre kan gesteld worden dat de Arabische Lente ontstaan is als reactie op de Arabische achteruitgang?

De opstanden van de zogenoemde “Arabische Lente” sinds eind 2010 zijn tot stand gekomen als reële reacties op gefaalde nationale projecten in de meeste Arabische landen. Deze projecten hadden tot doel vooruitgang te bereiken, maar in werkelijkheid leidden tot achteruitgang en verarming van het volk. Ondanks het feit dat deze gebeurtenissen op een later tijdstip plaatsvonden, hebben ze wel de realiteit blootgelegd. De statistieken van FAO schatten de armen in de Arabische wereld op 40 miljoen mensen, terwijl de Arabische machthebbers en dictatoren duizenden miljarden dollars bezitten in westerse banken.

Op deze manier heeft dit onderzoek aan het licht gebracht dat de metafoor Arabische Lente niet romantisch noch mythisch is, maar realistisch en los staat van de leuzen van de klassieke Arabische ideologieën waaronder het Arabische nationalisme, het marxisme en het liberalisme. Deze ideologieën hielden zich gedurende meer dan een halve eeuw bezig met het pleiten voor een valse hervorming.

Echter, door middel van de Arabische Lente heeft iedereen nu de achterkant van de waarheid ontdekt en is de Arabische massa er wel van overtuigd dat een globale structurele verandering de enige oplossing is voor de Arabische achteruitgang en corruptie. Dit blijkt uit wat de menigte op elk plein in de Arabische wereld scandeert: Het volk wil het regime ten val brengen! Het motto wijst er dus op dat de Arabische wereld vandaag voor een onvoorspelbare situatie met revolutionaire smaak staat. 

Hoe werden de Arabische omwentelingen van de Arabische Lente tot aan de revoltes in Syrië geïntroduceerd door Nederlandstalige media?

Een belangrijk deel van het Nederlandstalige mediadiscours ging interactief en optimistisch in op de Arabische Lente, met name tot de aanvang van de revoltes in Syrië. Zo droegen de objectiverende journalisten en onderzoekers een steentje bij tot het corrigeren van een aantal negatieve stereotypes over de Arabische mens en de Arabische wereld.

Met andere woorden, de Arabische Lente, en wat er zich toen in de Arabische wereld afspeelde, werd door Europa met veel applaus en bewondering onthaald. Later heerste er vooral angst en twijfel voor de islam en moslims, ten gevolge van de onverwachte opkomst van Daesh. Dit toont aan hoe snel beeldvorming kan omslaan van positiviteit naar negativiteit, zowel op het niveau van de doorsnee mensen als op het niveau van de opinie- en beleidsmakers.

Wat zijn de overheersende patronen in het Nederlands-Vlaamse mediadiscours betreffende dit thema?

Aan de hand van de geselecteerde mediadata en teksten over de Arabische Lente blijkt dat dit thema niet als een monolithisch blok benaderd mag worden, maar bekeken moet worden als een kleurrijk en multidimensionaal feit. Er is sprake van een verschuiving in de kijk van de Nederlandstalige media van negatieve generalisatie naar positieve onderscheiding. Dit overgangs- of ‘crossover’ proces wordt door drie essentiële patronen beheerst: normativiteit, objectiviteit en positiviteit.

In het eerste patroon (P1) is er sprake van een afwisseling tussen twee paradoxale visies, namelijk tussen acceptatie van en voorzichtigheid voor de Arabische Lente. Hierbij speelt de normativiteit een cruciale rol, omdat sommige journalisten en auteurs de gebeurtenissen ‘mediatiseren’ onder de invloed van oude beeldvormingen en stereotypes over de islam en de Arabische wereld.

In het tweede patroon (P2) domineert de objectiverende benadering, waarbij de Arabische bevolkingen als tegenstander van de regimes worden afgeschilderd. De media tonen hier een soort verschuiving in hun zienswijze op de Arabische wereld, die objectiever blijkt te zijn dan voorheen.

In het derde patroon (P3) geeft een aantal Nederlandstalige media blijk van hun verrassing en bewondering voor wat er in de Arabische wereld gebeurt. Op deze manier kunnen ze bijdragen aan het (her)construeren van een alternatieve beeldvorming over de anderen, in casu de Arabieren en de moslims. Daarmee kunnen deze media het niveau van positiviteit bereiken. 

In hoeverre werd de Arabische Lente geïslamiseerd, gezien het feit dat de politieke islam her en der een enorm electoraal succes heeft geboekt na de Arabische revolutie?

De opvallende vooruitgang die enkele islamitische bewegingen en partijen (Ennahda in Tunesië, Moslimbroeders in Egypte en PJD in Marokko) geboekt hebben, leidt tot twee paradoxale beschouwingen. De eerste heeft te maken met de islamisten zelf. Sommigen van hen veronderstellen dat zij degenen zijn die de revolutie hebben gemaakt. Zo nemen zij de verworvenheden van de Arabische Lente in bezit en zien ze zichzelf als de enige vertegenwoordigers van de bevolking. Als gevolg van deze zienswijze ontstond een contra-beschouwing voornamelijk in het mediadiscours en binnen enkele intellectuele kringen. Binnen deze contra-beschouwing vermoeden sommigen dat de voortdurende en razendsnelle groei van de politieke islam een ernstig gevaar vormt voor de westerse belangen.

Uit het onderzoek blijkt dat er in de Tunesische Lente geen sprake is van het succes van de politieke islam, maar van de democratie waarnaar iedereen verlangt; idealisten en realisten, seculieren en islamisten, vrouwen en mannen. Met het stemmen voor de politieke islam “hebben die Tunesiërs nu voor het eerst gekozen voor wat zij belangrijk vinden, en niet voor wat het Westen vindt dat zij belangrijk moeten vinden. Dat is democratie. Dat is de Arabische Lente.”, aldus Leen Vervaeke in haar boek: De Jasmijnrevolutie: startschot van de Arabische Lente.

Wat de revolutie in Egypte betreft kunnen we stellen dat de Moslimbroeders een grote inzet geleverd hebben voor de Arabische Lente. Talloze gebeurtenissen op het Tahrirplein vormen historische en reële argumenten die men niet kan weerleggen of ontkennen. Toch wil dit niet zeggen dat de Arabische Lente een islamitische revolutie of een revolutie van de Moslimbroeders is.

We zien dat de Arabische Lente een soort wedergeboorte kent in verschillende Arabische landen zoals nu in Tunesië, Algerije, Irak en Libanon. Gaat de revolutie nu komen?

De terugkeer van de opstanden is een aanwijzing naar het feit dat de burgers van landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten geen genoegen nemen met wat formele grondwettelijke hervormingen of met het feit dat enkele autocratische figuren zijn afgetreden. In vele landen gaat het niet goed en zijn er nog steeds despotische regimes aan de macht. Maar wie de vele verschuivingen en hervormingen wat nauwkeuriger opvolgt, ziet dat ze een slag in het gezicht van de contrarevolutie betekenen. Het is niet gelukt om zonder meer een einde te maken aan de storm van de opstanden, ondanks de enorme financiële en politieke ondersteuning van de tegenstanders van de Arabische Lente. De huidige overheden van Arabische landen dienen nu moedig en rationeel om te gaan met de nieuwe golven van revoltes. Anders zullen die opstanden zonder twijfel verder escaleren en zich steeds meer uitstrekken naar andere gebieden.

Kortom, de Arabische Lente is niet één enkel moment in de geschiedenis. Net als alle andere historische revoluties gaat het om een lang proces van verschillende verschuivingen en hervormingen. Zo zie je dat er na een tijd van stilte op straten en pleinen, weer revoltes ontstaan en er zich grote omwentelingen voordoen in landen zoals Soedan, Algerije, Irak, Libanon en Tunesië. De ‘latente’ Arabische Lente ontwaakt uit zijn lethargie.

De inzichten van Tijani Boulaouali omtrent de beeldvorming rond de Arabische Lente worden voor het eerst verzameld in een Nederlandstalig werk na eerdere Arabische publicaties over uiteenlopende maatschappelijk, politieke en religieuze actualiteiten met als titels: Moslims en de fobie van de globalisering (2018). De beeldvorming van de Islam in de Nederlandse academische benadering (2013). De Islam en het Amazighisme (2009) en Moslims in het Westen: tegenstellingen en uitdagingen (2006).