16 C
Amsterdam
donderdag 13 mei 2021

Meisjesbesnijdenis: wie bepaalt wat “de sharia” voorschrijft?

Op zaterdag (22 februari) verkondigde de wekelijkse bijlage van Trouw op de cover: “Ja, meisjes besnijden is islamitisch. Sharia-specialist doorbreekt het taboe.” Een ongenuanceerde claim, vindt Jan Michiel Otto.

In het betreffende essay draagt Maurice Blessing argumenten aan voor de stelling dat de sharia meisjesbesnijdenis voorschrijft. Maar is zo’n argumentatie wel houdbaar? Is er een gezamenlijke stem waarvan men in redelijkheid kan zeggen dat die namens de islam spreekt, en “de sharia” vertegenwoordigt? Ook Blessing komt dan al snel uit bij de mening van gezaghebbende moslimgeleerden.

Nu wil het geval dat in november 2006 vooraanstaande islamgeleerden uit de hele wereld bijeenkwamen in de prominente Al-Azhar universiteit in Cairo, en daar een algemeen verbod op vrouwenbesnijdenis uitvaardigden. Professor Ali Guma, de groot-mufti van Egypte, verklaarde bij die gelegenheid waarom: vrouwenbesnijdenis berokkent lichamelijke en psychologische “schade” (darar), en is daarmee in strijd met een van de beginselen van de sharia, die darar en het accepteren daarvan verbiedt. In 2008 werd deze verwerpelijke praktijk in Egypte, die er als vanouds veel voorkomt, bij wet strafbaar verklaard.

De Egyptische wetgeving is formeel gebaseerd op de sharia (grondwet art. 2). Men kan hieruit afleiden dat de in Egypte dominante uitleg van de sharia meisjebesnijdenis verbiedt. Daar lijkt enige consistentie in te zitten. In juni 2013  sprak directeur Mohamed Khedr van Egypte’s Dar el Ifta, een orgaan van de Al-Azhar dat fatwa’s uitvaardigt, zich bovendien uit tegen vrouwenbesnijdenis, een praktijk die, zo zei hij, eerder maatschappelijk dan religieus geworteld is.

In het geheel islamitische buurland Libië komt de praktijk volgens de beschikbare informatie niet voor onder de eigen bevolking, die wel bekend staat als islamitisch, vroom, en conservatief. Daar beschouwt men vrouwenbesnijdenis als een praktijk van Egyptenaren en enkele in het zuiden van Libië levende stammen die uit West-Afrika afkomstig zijn. Hieruit blijkt wel dat het niet houdbaar is een algemeen en eenduidig causaal verband tussen islam (sharia) en meisjesbesnijdenis te stipuleren.

Dat neemt niet weg dat bepaalde voorstanders van deze onzalige praktijk niet alleen hun lokale tradities maar ook de islam aanroepen om hun standpunt  te rechtvaardigen. De wereldgodsdiensten en hun heilige geschriften bieden nu eenmaal een vergaarbak aan beginselen, argumenten en voorschriften, waaruit van alles valt te putten. Zodat in elke situatie de vraag steeds weer opnieuw gesteld moet worden: wie meent hier te kunnen bepalen wat de goddelijke sharia voorschrijft, en hoeveel gezag heeft dit in de ogen van A, B, C, D, enz.. De meningen hierover zijn in de moslimwereld sterk verdeeld, ook als het gaat om meisjesbesnijdenis.

Aan de invloedrijke tv-prediker Yusuf al-Qaradawi worden zelfs twee verschillende standpunten toegeschreven. In het ene zou hij expliciet hebben verklaard dat het geen twijfel lijdt dat de vier bronnen van de sharia (Koran, Soenna, Consensus, en Analogie) geen bewijs bevatten dat besnijdenis zou zijn voorgeschreven of zelfs aanbevolen. In het andere geval zou hij, volgens de conservatieve Amerikaanse website The Commentator waarop mw. Machteld Zee mij wees (zie onder), hebben gezegd: “ieder die denkt dat besnijdenis de beste manier is om haar dochters te beschermen, moet dat doen.”

Wie serieus wenst de praktijk van meisjesbesnijdenis in landen als Egypte te helpen beëindigen, zou er in dit geval beter aan doen zich achter de bovengenoemde uitleg van Al Azhar te scharen dan achter de covertekst van Trouw: “Ja, meisjes besnijden is islamitisch” – dat laatste klinkt als een fatwa die leed veroorzaakt.

Prof.dr. Jan Michiel Otto is hoogleraar Recht en bestuur in ontwikkelingslanden en directeur van het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Ontwikkeling. Hij studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden en gespecialiseerd in de ontwikkeling van bestuur op zowel Leiden en de Vrije Universiteit van Amsterdam. Met dank aan leiden-islamblog.nl