10.6 C
Amsterdam
vrijdag 14 mei 2021

Subsidie taalachterstand terecht bij leerlingen met voldoende kansen

Vooral kinderen in grote steden profiteren van educatieve programma’s in het onderwijs. Vaak gaat het ook nog eens om de kansrijkere kinderen.

In het algemeen geldt: hoe groter de gemeente, hoe lager de drempel om peuter­educatie te volgen en hoe meer budget per kind voorhanden is.

Van het landelijke budget slorpen Amsterdam en Rotterdam zo samen al 30 procent op. Een kleine gemeente als Boxmeer moet het met 1.500 euro per peuter doen.

Gemeenten krijgen jaarlijks 360 miljoen euro van het ministerie van Onderwijs om voor peuters met een taal -of ontwikkelingsachterstand. Dat geld wordt verdeeld op basis van het aantal kinderen met laagopgeleide ouders, maar gemeenten bepalen zelf welke peuters ze in aanmerking laten komen.

Voor een kind met een taalachterstand is in Emmen 5.976 euro beschikbaar, terwijl buurgemeente Coevorden -die niet tot de G37 hoort- maar 3.281 euro krijgt. Maar ook binnen de G37 zijn er forse verschillen. Leeuwarden krijgt maar liefst 9.591 euro per zogeheten leerlinggewicht, terwijl Lelystad het met 5.217 euro moet doen.

Dat leidt tot rechtsongelijkheid. In Amsterdam valt 40 procent van de vve-kinderen buiten de doelgroepdefinitie die in de hoofdstad gebruikt wordt; in Utrecht geldt dat voor 21 procent van de peuters. Geld dat bedoeld is om achterstanden te bestrijden, komt dus terecht bij kinderen die al voldoende kansen hebben.

Daarom wil Dekker dat een groter deel van het beschikbare budget naar de kleine gemeenten gaat, zodat elk kind met een dreigende taalachterstand een vve-programma kan volgen, ongeacht waar het woont. Een voorschool voor alle peuters heeft bij hem voorlopig geen prioriteit.